dinsdag 26 mei 2009

Essay: Kunde, kennis of kick?

Vroeger was het beter. Zo besloot ik mijn column.
Het muziekonderwijs was echter niet per definitie beter. Job ter Steege heeft in het artikel ‘Kick, kennis en kunde’ een algemeen beeld beschreven van de ontwikkelingen binnen het muziekonderwijs in Nederland:
Rond 1900 richtte Willem Gehrels de volksmuziekschool op. De doelstelling was dat muzieklessen bereikbaar moesten zijn voor ieder kind. Gehrels richtte zich op ‘kunde’, de ambacht van de Europese muziekcultuur was belangrijk.
Ad Heerkens, van een generatie later, vond dat bij muziekonderwijs de wereld van het kind het uitgangspunt moest zijn. Heerkens richtte zich op de ‘kick’, de vrije expressie vanuit het kind was belangrijk.
Deze twee muziekpedagogen stonden tegenover elkaar. Toch hadden ze volgend ter Steege de ‘kennis’ gemeen. Bij Gehrels was het de kennis van de klassieke muziekgeschiedenis, bij Heerkens ging het om de kennis van het muzikaal-maatschappelijk engagement.
In 1971 werden er vernieuwingen aangekondigd en ingevoerd zoals muziek als eindexamenvak, het gebruik van grafische notatie, meer popmuziek, muziek als maatschappelijk verschijnsel en transformatie van muziek naar andere kunstvormen. Deze omslag bracht echter nauwelijks veranderingen teweeg in de praktijk. Vooral niet op de basisschool.
In 1980 werd er in het voortgezet onderwijs over het algemeen nog geen goed muziekonderwijs aangeboden en de meeste leerkrachten die van de PABO kwamen konden geen fatsoenlijke muziekles aan leerlingen van de basisschool geven. 
In de tachtiger en negentiger jaren zijn de ontwikkelingen pas uit de verf gekomen. Bovenstaande doelen werden beter toegepast, CKV werd ingevoerd en er verschenen goede muziekmethodes. De kwaliteit van het muziekonderwijs ging eindelijk vooruit.

Ik nam geen genoegen met deze historische schets en heb besloten zelf twee generaties te ondervragen over hun ervaringen met muziek:

Mijn vader en mijn moeder zijn rond 1950 geboren.
Voor mijn moeder bestond muziekles op de basisschool uit zingen. De vaste leerkracht gaf de ‘muziekles’ maar af en toe kwam de leraar uit de vijfde klas even langs, die kon het beste zingen.
Op de middelbare school was er een muziekdocent. ‘Ik kan me nog herinneren dat we wel eens naar muziek moesten luisteren, meer is er niet echt blijven hangen’.
In de vijfde klas van de basisschool is ze zelf naar de muziekschool gegaan. Daar leerde ze zingen, noten lezen aan de hand van een blokfluit en ritmische patronen klappen. Toen de basis gelegd was mocht ze een instrument kiezen, zes jaar pianoles volgden.

Mijn vader kan zich het eerste liedje op de kleuterschool nog herinneren en zingt: ‘Drie kleine kleutertjes die zaten op een hek...ik zag het helemaal voor me en vond het prachtig!’ De nonnen die werkzaam waren binnen de school zongen veel met de leerlingen. Ook de rest van de basisschoolperiode werd er elke dag gezongen. Vanaf de derde klas kwam de dirigent van het dorpskoor muziekles geven. Ze leerden noten lezen, ritme klappen en zingen. ‘Ik vond het een vervelende man’.
Mijn vader werd uitgekozen voor het kerkkoor waar hij sopraan zong. Er werden eenvoudige klassieke stukken van bijvoorbeeld Mozart gezongen.
Daarna is hij naar het Seminarie gegaan (een katholiek internaat voor jongens die priester willen worden). Eén uur per week kreeg hij muziekles. Ze zongen, kregen muziekgeschiedenis en luisterden veel naar ‘beeldende muziek’ waar ze uitleg bij kregen. Alles was klassiek gericht.
Elk jaar was er dan nog een muziekconcours. Iedere klas deed gezamenlijk een zangstuk maar er waren ook categorieën als: solo en duetten. Het merendeel was ook hier klassiek maar er werd ook moderne muziek gezongen en grappige sketches waren geen uitzondering. Het concours was niet het enige, een aantal keer per jaar was er ook nog een schoolconcert.

Rik is rond 1994 geboren: Op de basisschool ging zijn klas wel eens zingen met iemand die daar speciaal voor langskwam. Met de eigen docent zongen ze ook wel eens.
Toen ik vroeg naar tekenen op muziek kwam er een vage herinnering boven, maar veel meer dan zingen was het niet.
Op de middelbare school leerde hij noten lezen, een beetje gitaar spelen, piano en zingen. Hij vond het niet leuk. De theorie was voor hem vrij eenvoudig omdat Rik al een aantal jaren met saxofoon begonnen was. In de les kon hij niks met zijn saxofoon doen. Hij heeft muziek na drie jaar laten vallen.

Mijn broertje Jan is in 1993 geboren. Op de basisschool heeft hij erg veel gezongen, ook meerstemmig en in canon. Hij heeft lier en blokfluit leren spelen en zelf een blokfluit gemaakt. Ook noten lezen is aan de orde gekomen.
Op de middelbare school zongen ze allemaal in het schoolkoor en in de klas.
Ze luisterden af en toe naar klassieke muziek, leerden een beetje drum en piano, mochten zelf muziek bij beeldmateriaal uitzoeken en zelf een nummer schrijven. Jan heeft muziek als CKV3 vak gekozen. Hij krijgt nu wat muziekgeschiedenis en koorzang ‘Maar meestal gebeurt er niet zo veel in de les.’

Ik vind het toch enigszins teleurstellend om deze vier verhaaltjes naast elkaar te leggen en te constateren dat de verandering minder groot is dan ik verwacht had. Met zo’n klein onderzoekje kan ik niet anders dan generaliserende uitspraken doen maar naar mijn idee is het nog niet bijster goed gesteld met het muziekonderwijs in Nederland.
Ik heb het idee dat muziekles pas echt serieus genomen wordt als het als keuzevak onderwezen wordt.
Wel ben ik van mening dat muzieklessen veelzijdiger zijn geworden. Vroeger was het vooral zingen en erg klassiek gericht, tegenwoordig is de afwisseling groter en wordt er meer aandacht geschonken aan popmuziek en muziekinstrumenten.

Terug naar de kennis, kunde en kick waar Job ter Steege over schreef.
Hij is van mening dat in een ideale muziekles deze drie begrippen aan bod komen.
-kick (muziek is leuk, je hebt er plezier in)
-kennis (snappen dat muziek van iedereen is, veel dingen weten)
-kunde (muziek kunnen maken en begrijpen)

Ik deel de mening van ter Steege, deze drie zaken zijn allemaal belangrijk en horen aan de orde te komen. Echter als er maar één les uur wordt gegeven is het naar mijn idee niet verkeerd om af en toe kennis, kunde, óf kick voorop te stellen. Dan ben je in staat de diepte in te gaan en niet oppervlakkig te blijven. Ik neem de begrippen iets breder.
Rest nog de vraag of één van de drie begrippen belangrijker is.
Gelijkwaardig, dat zijn kennis, kunde en kick. Ze kunnen niet zonder elkaar en zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, het een resulteert in het ander. Ik citeer hierbij uit Kenza’s blog. Zij heeft de verbinding gelegd tussen de drie termen en het ARCS model:

‘Om kennis tot je te kunnen nemen heb je aandacht (Attention) nodig. Zonder aandacht gaat informatie, kennis, het ene oor in en het andere oor ook weer uit.
Wanneer vind je informatie interessant? Als duidelijk wordt waarom informatie relevant is. ‘Waarom heb ik dit nodig?’ ‘Vind ik dit leuk?’ en ‘Moet ik hier later nog iets mee?’ zijn vragen die je jezelf stelt (Relevance).
Als je dan eenmaal die kennis hebt is het prettig om daar daadwerkelijk iets mee te kunnen. Je past je kennis toe op iets dat je gaat doen. Als dat lukt kun je iets: kunde. Wat resulteert in het prachtige gevoel zelfvertrouwen (Confidence).
Met dit verworven zelfvertrouwen ben je bereid jouw kunnen te laten zien. Als dit succesvol gebeurt geeft dit voldoening (Satisfaction). Anders gezegd, dat geeft een kick!’

Bij dit citaat sluit ik mij volledig aan.
Nou vond ik het alleen zo jammer dat Rik muziek heeft laten vallen omdat hij het in de onderbouw niet leuk vond. De kick heeft hij duidelijk niet overtuigend ervaren.

Ik denk dat het in de onderbouw vooral belangrijk is dat muziek leerlingen grijpt. De kick is de meest stimulerende factor binnen de muziek om door te gaan.
Als docent kook je voor de kinderen, je schotelt ze een gerecht voor. Als ze het lekker vinden is de kans groter dat ze zelf ook willen leren koken:
Zet kick in eerste instantie (bijvoorbeeld de eerste lessen) op de eerste plaats. Als je de leerlingen dan hebt weten te enthousiasmeren is de kennis en kunde die bij muziek komt kijken interessanter.

Ik ga in de onderbouw dus voor de volgorde kick, kennis en kunde.
Mijn conclusie voldoet ongetwijfeld aan het verwachtingspatroon: Uiteindelijk zijn ze toch allemaal even belangrijk!

1381 woorden.

Bronvermelding:

ReaderàJob ter Steege: Kick, kennis en kunde
Blog Kenza
àKenzakarin.blogspot.com
Kort interview Ton, Gerdie, Rik en Jan
 



2 opmerkingen:

kimjansen zei

Heej Meisje,

Heb toch nog even je essay gelezen! Goed gedaan hoor.. Echt heel leuk met die verhaaltjes van je ouders en je broertje en Rik. Echt wel leuk om dat onderzoekje uit te voeren lijkt me zo..
Even een klein foutje er uitwerken:
Zij heeft de verbinding heeft gelegd tussen de drie termen en het ARCS model:
Je moet even de heeft weg halen (hij staat er nu 2 keer)..Jaa even kritisch:-)
Maar ik vind dat je hele goeie links hebt gelegd..
En gelukkig is het muziekonderwijs een beetje veelzijdiger geworden want in mijn ervaring is het nog steeds behoorlijk belabberd.. Ik ging zingen en de rest van de les maar een beetje kletsen (zelfs nog in 6 vwo(!)(!)(!)) Toch raar..
Laten wij daar als aankomende docenten toch maar snel verandering in aanbrengen!

Kusjes

Anna Kok zei

Jose wilde graag een woordje er bij ;) Anders zou ze nooit het magische getal krijgen wat ze nu heeft!

Maar nice Jose! Ik kon goed m'n aandacht er bij houden en het was leuk om nog even een eigen historische schets van je familie te lezen. (Shit wat zijn jullie allemaal muzikaal zeg!). En inderdaad, wat is Kenza geniaal met haar link naar het ARCS-model. Een citaat waard in ieder geval!