zondag 6 september 2009

Credo

Allereerst: wat was het weer een leerzame les afgelopen woensdag. Ook al had ik niet de energie me in de discussies te mengen, ik heb wel veel meegekregen. Zo ook deze drie uitspraken:

‘Kom op, voor het cathetertje!’ (Erzsi)
‘Het kan dat leerlingen zeggen: die muziek, dat zuigt’ (Wivineke)
‘Ik zie muziek als een paplepel waarmee je bijvoorbeeld sociaal bindmiddel
naar binnen lepelt’.
  (Alten)


DOEL of MIDDEL?
Eerst míjn visie daarop, er wordt al veel over geschreven en nagedacht.

‘Muziek is in eerste instantie het doel, dat het tegelijkertijd ook een middel kan zijn is altijd mooi meegenomen’.


Dan nu de vier gekozen punten uitgewerkt (in willekeurige volgorde).


1
Brede stijlkennis
Waarom? : Kennis van zo veel mogelijk muziek zorgt voor minder beperkingen bij het kiezen van een eigen stijl. Leerlingen krijgen de ruimte zich te identificeren met muziek die ze mooi vinden. Eigen smaak wordt dus gestimuleerd. Historische en maatschappelijke context laat ik onder dit kopje vallen.

Specifieker:
Muziekgeschiedenis in grove lijnen behandelt
Verschillende muziekstijlen behandelt en beluisterd (van klassiek tot hiphop)
Aandacht hebben gehad voor de vraag ‘Waarom is muziek belangrijk?’ (andere culturen daarbij ook besproken)
Aandacht hebben gehad voor de vraag ‘Welke muziek vind ik mooi en waarom?’
     (eventueel spreekbeurten)


2
Zanger
Waarom? : Zingen kan altijd. Er is weinig voor nodig. Zingen is persoonlijk, het maakt je lichaamsbewust, je komt snel bij je gevoel. Zingen kan met enorme groepen maar ook alleen. Zingen kan als opstap fungeren naar ritmes of melodieën op instrumenten.

Specifieker:
Vanaf de eerste les is er gezongen in de klas.
Voorafgaand wordt er altijd ingezongen.
Er zijn popnummers gezongen.
Er is in canon gezongen.
Er is meerstemmig gezongen.
Er is onder begeleiding van instrumenten gezongen.
Er is in groepjes zelf een lied gemaakt.


3
Speler
Waarom? : Hier komt ritmiek, melodie en harmonie samen.
Het kan alleen maar ook in groepjes. Notenschrift, componeren, improviseren komt hierbij kijken.

Specifieker:
Bespeelde instrumenten: Keyboard, Xylofoon, Percussie-instrumenten (zoals djembé, shaker, claves)
Er is zelf een stukje gecomponeerd.
Aandacht besteed aan improviseren.
Akkoordenleer behandelt (aanvulling Thijs: 4,5,1 en 2,5,1 snappen)
Noten kunnen lezen.
Naar elkaar kunnen luisteren. (Wat gaat er mis, hoe kan het beter?)


4
Emotionele verbindingen kunnen leggen
Waarom? : Muziek is emotie (komt van Renske). Verbindingen kunnen leggen tussen muziek en emotie nodigt uit om later ook op die manier met muziek bezig te zijn. Het voorstellingsvermogen wordt aangesproken. Het bevordert de expressie. Met een groep tegelijk hetzelfde voelen (bv. een geweldig succesmoment ervaren en denken: yeah!) is waardevol, ook
  voor de band en de communicatie in een klas.

Specifieker:
Aandacht besteden aan succesmomenten.
Leerlingen hun mening over muziek onder woorden laten brengen.


Zoals Kenza het al mooi zei: dit Credo blijft ‘Under construction’ 

2 opmerkingen:

Timo zei

Duidelijk stukje, Jose!
Ik heb een paar vragen over jouw doelen (betekent niet dat ik het er niet mee eens ben, maar ik wil gewoon jouw visie horen):

- Waarom is het belangrijk dat de leerlingen een eigen smaak vormen?

- Waarom moet de leerling iets over akkoordenleer weten en noten kunnen lezen?

- Waarom is muziek in eerste instantie het doel, en pas op de tweede plaats het middel?

Iris van Diesen zei

Heel duidelijk geschreven Jos!

Ik denk alleen dat ik bij speler, en dan onder bespeelde instrumenten ook combo-instrumenten zou zetten. Want een keyboard bespelen en een klokkenspel/xylofoon hebben toch een zelfde opbouw qua noten enzo.

En dan nog een vraagje. Wil je onder zanger en dan in groepjes dat iedereen een keer heeft gezongen in een groepje? Ik ben nu misschien te gedetailleerd hoor, maar ben gewoon benieuwd.